ECLI:NL:RVS:2019:2597
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 22 mei 2017 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, een inreisverbod opgelegd en bepaald dat hij de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking niet-ontvankelijk en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep is aangehouden vanwege prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie en dat het belang van de vreemdeling aanleiding geeft om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist, maar zag geen aanleiding voor een verdergaande voorziening. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00 die de vreemdeling heeft gemaakt voor rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.