ECLI:NL:RVS:2019:2606
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 4 oktober 2018 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 2 november 2018 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep werden onder meer klachten geuit over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken waarin deze klachten als terecht werden erkend, maar niet tot vernietiging van de uitspraak leidden omdat de ondertekening en inhoud van de uitspraak correct waren. Daarnaast werd een andere grief van de vreemdeling niet inhoudelijk behandeld omdat deze geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Wel werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.