ECLI:NL:RVS:2019:2690
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding
De vreemdeling, meerderjarige zoon van een referent met een verblijfsvergunning asiel, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat deze niet binnen de wettelijk gestelde termijn van drie maanden was ingediend en achtte de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep stelde de vreemdeling dat de staatssecretaris hem niet had geïnformeerd over de gevolgen van de termijnoverschrijding en de mogelijkheden om alsnog een mvv aan te vragen op basis van een verblijfsvergunning regulier.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris inderdaad had moeten informeren over deze mogelijkheden bij de afwijzing en het besluit op bezwaar, en dat het besluit van 5 december 2016 daarom een gebrek vertoonde. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard, met inachtneming dat de rechtsgevolgen in stand blijven.