ECLI:NL:RVS:2019:2732
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid asielaanvraag en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde een asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk en legde een inreisverbod op. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen nader onderzoek te verrichten naar de nationaliteit, identiteit en herkomst van de vreemdeling, mede op basis van verklaringen van de gemachtigde.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en betoogde dat de rechtbank ten onrechte doorslag gaf aan de stellingen van de gemachtigde, die geen taaldeskundige is, en dat het besluit terecht niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij Syrisch is. Tevens klaagde hij dat de rechtbank het besluit niet had vernietigd terwijl het beroep gegrond werd verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank het besluit had moeten vernietigen bij gegrondverklaring van het beroep, maar dat de rechtbank ten onrechte gewicht gaf aan de niet-deskundige stellingen van de gemachtigde. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Het inreisverbod werd gehandhaafd omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die tot intrekking zouden moeten leiden.
De Afdeling wees verder de overige beroepsgronden af die niet in hoger beroep aan de orde waren gesteld en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.