ECLI:NL:RVS:2019:2785
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 februari 2017 de aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af wegens overschrijding van de wettelijke termijn van drie maanden. De vreemdelingen, echtgenote en minderjarig kind van de referent, stelden dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege fouten van hun gemachtigde, Vluchtelingenwerk Nederland (VWN).
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat VWN verzuimd had de aanvragen tijdig in te dienen, en de referent zich tijdig had gemeld en de benodigde documenten had aangeleverd. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was omdat fouten van een gemachtigde in de regel voor rekening van de vreemdeling komen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de termijnoverschrijding in redelijkheid aan de referent kon worden toegerekend en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Wel stelde de Afdeling vast dat het besluit van de staatssecretaris een gebrek vertoonde doordat niet werd gewezen op de mogelijkheid om alsnog een reguliere aanvraag te doen. Daarom werd het besluit van 3 oktober 2017 vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de mvv-aanvragen wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding wordt vernietigd, met inachtneming van de rechtsgevolgen, en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.