ECLI:NL:RVS:2019:2817
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken
Appellant heeft in korte tijd een groot aantal Wob-verzoeken ingediend bij ISD Bollenstreek, waaronder een verzoek van 22 februari 2018 om een schriftelijke opdracht. ISD Bollenstreek besloot op 27 maart 2018 op deze verzoeken, maar appellant stelde dat het gevraagde stuk niet was verstrekt en startte bezwaar en beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht, omdat appellant een buitensporig aantal verzoeken en procedures had gevoerd, waarbij ook verwarring ontstond door verschillende kenmerkvermeldingen en het gebruik van een domeinnaam en e-mailadres die lijken op die van ISD-medewerkers. Appellant voerde aan dat dit onterecht was en dat per verzoek moest worden beoordeeld.
De Afdeling overweegt dat misbruik van recht kan worden aangenomen indien bevoegdheden zonder redelijk doel of met kwade trouw worden aangewend. De handelwijze van appellant, het grote aantal verzoeken en klachten, en het frustreren van ISD Bollenstreek rechtvaardigen het oordeel van misbruik. Het hoger beroep is ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens misbruik van recht wordt bevestigd.