ECLI:NL:RVS:2019:2899
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Zuiderpark wegens onvoldoende planologische regeling evenementen
De raad van de gemeente Rotterdam stelde op 22 februari 2018 het bestemmingsplan Zuiderpark vast, waarin onder meer de mogelijkheid is opgenomen om evenementen te houden op gronden met de bestemming 'Groen' en een evenemententerrein. Appellanten A en B voerden bezwaar aan tegen deze bepalingen vanwege mogelijke aantasting van hun woon- en leefklimaat.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant A geen rechtstreeks belang had bij de categorie 0-evenementen op afstand van 1.100 meter, maar appellant B wel. De Afdeling beoordeelde vervolgens de inhoudelijke gronden en stelde vast dat het plan geen planologische beperkingen bevatte voor aard, frequentie en bezoekersaantallen van evenementen, terwijl de APV slechts een vergunningenstelsel regelt dat niet de vereiste planologische rechtszekerheid biedt.
De Afdeling concludeerde dat het bestemmingsplan niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd, in strijd met artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Hierdoor werd het onderdeel van het plan dat evenementen mogelijk maakt vernietigd. De raad werd opgedragen binnen vier weken de uitspraak te verwerken in het elektronisch plan. Tevens werd het griffierecht aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Zuiderpark wordt vernietigd voor het onderdeel evenementen wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering.