ECLI:NL:RVS:2023:407
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- W. den Ouden
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Didam vanwege onzorgvuldige planregels en toevoeging definitie wonen
De raad van de gemeente Montferland stelde op 14 oktober 2021 het bestemmingsplan 'Didam, Herontwikkeling Schoolstraat e.o.' vast, dat de bouw van twee supermarkten en woningen in het centrum van Didam mogelijk maakt. Tevens verleende het college op 2 november 2021 een omgevingsvergunning voor herstel van gevels en bouwactiviteiten. Becedo Vastgoed IV B.V. en anderen, waaronder omwonenden en een exploitant van een nabijgelegen supermarkt, stelden beroep in tegen beide besluiten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bestemmingsplan onzorgvuldig was voorbereid omdat het geen definitie van 'wonen' bevatte en bepaalde planregels (artikel 3.1 onder c en artikel 11.2) niet overeenstemden met de beoogde strekking. Daarom werd het bestemmingsplan op die punten vernietigd en werd de raad opgedragen de planregels binnen vier weken te corrigeren. De overige beroepsgronden tegen het bestemmingsplan, waaronder de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, geluid, water en verkeersveiligheid, werden afgewezen.
Het beroep tegen de omgevingsvergunning werd ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat de vergunning adequaat was gemotiveerd en dat de noodzakelijke maatregelen, zoals maatwerkvoorschriften voor geluid en compensatie voor gekapte bomen, aanwezig waren. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de appellanten.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige planregels en heldere definities in bestemmingsplannen en bevestigt dat een omgevingsvergunning niet onrechtmatig is indien deze voldoet aan de wettelijke eisen en adviezen van deskundigen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onzorgvuldige planregels en ontbrekende definitie van wonen; het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.