ECLI:NL:RVS:2019:2929
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens overschrijding redelijke termijn en onjuiste toepassing grensoverschrijdende dienstverrichting
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellante een boete van €32.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Appellante stelde dat sprake was van een zuivere grensoverschrijdende dienstverrichting, waardoor de Wav niet van toepassing zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het bezwaar niet-ontvankelijk.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling dat de vreemdelingen niet in dienst waren van het Roemeense bedrijf [bedrijf A], maar als zelfstandige ondernemers werden aangemerkt, en dat de Detacheringsrichtlijn daarom niet van toepassing is. De vloerwerkzaamheden vielen buiten het kader van grensoverschrijdende dienstverrichting, waardoor de Wav onverkort van toepassing is. De boete is terecht opgelegd.
Wel is de redelijke termijn overschreden met ruim vijf maanden. De Afdeling stelt daarom de boete met 5% verminderd vast op €30.400. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep tegen het boetebesluit gegrond verklaard en het besluit herroepen. De Afdeling treedt zelf in de zaak en bepaalt de boete en vergoedt het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De boete van €32.000 wordt vernietigd en verminderd vastgesteld op €30.400 wegens overschrijding redelijke termijn; het beroep wordt gegrond verklaard.