ECLI:NL:RVS:2019:2930
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens overschrijding redelijke termijn en geen grensoverschrijdende dienstverrichting
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [appellante] een boete van €56.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze boete betrof het inzetten van Roemeense vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen voor vloerwerkzaamheden op verschillende locaties.
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak. Zij oordeelt dat de vloerwerkzaamheden niet onder de Detacheringsrichtlijn vallen omdat de vreemdelingen niet in dienst waren van het Roemeense bedrijf [bedrijf B], maar als zelfstandige ondernemers stonden geregistreerd en feitelijk werden aangestuurd door een ander bedrijf.
Verder is vastgesteld dat de bestuursprocedure de redelijke termijn overschreed met ruim vijf maanden. De boete wordt daarom verminderd met €2.500 tot €53.500. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het eerdere besluit en stelt de boete vast op het lagere bedrag. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.
De zaak benadrukt het belang van correcte toepassing van de criteria voor grensoverschrijdende dienstverrichting en de naleving van redelijke termijnen in bestuursprocedures.
Uitkomst: De boete van €56.000 wordt verminderd tot €53.500 wegens overschrijding redelijke termijn en het ontbreken van grensoverschrijdende dienstverrichting.