ECLI:NL:RVS:2019:2932
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bij vloerwerkzaamheden met Roemeense werknemers
De zaak betreft een hoger beroep van [appellante] tegen een boete opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete betrof het niet beschikken over tewerkstellingsvergunningen voor tien Roemeense werknemers die vloerwerkzaamheden verrichtten in Nederland, en het niet tijdig verstrekken van identiteitsbewijsafschriften.
De rechtbank had het beroep van [appellante] ongegrond verklaard, maar de Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake was van zuivere grensoverschrijdende dienstverrichting, omdat de Roemeense werknemers niet in dienst waren van het Roemeense bedrijf [bedrijf]. Hierdoor was de Wav van toepassing en was een tewerkstellingsvergunning vereist.
Daarnaast is vastgesteld dat de procedure meer dan twee jaar heeft geduurd, waardoor de redelijke termijn is overschreden. De Raad van State vermindert daarom de boete met €2.500,00. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en de boete definitief vastgesteld op €85.000,00. Tevens worden proceskosten en griffierechten aan [appellante] vergoed.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €85.000,00 met vermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.