ECLI:NL:RVS:2019:2940
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens overschrijding redelijke termijn en toepassing Wet arbeid vreemdelingen
De zaak betreft het hoger beroep van [appellante] tegen een boetebesluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd opgelegd omdat vijf Roemeense vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning vloerwerkzaamheden verrichtten in Nederland. [appellante] voerde aan dat sprake was van grensoverschrijdende dienstverrichting en dat de boete gematigd moest worden vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vreemdelingen niet in dienst waren van het Roemeense bedrijf [bedrijf A], maar als zelfstandigen geregistreerd stonden en dat het gezag over hen door een ander bedrijf werd uitgeoefend. Hierdoor viel de situatie niet onder de Detacheringsrichtlijn en was de Wav van toepassing. De rechtbank had terecht geoordeeld dat tewerkstellingsvergunningen vereist waren en dat de boete terecht was opgelegd.
Wel werd geoordeeld dat de procedure in eerste aanleg ruim twee jaar en vijf maanden duurde, wat de redelijke termijn overschreed. Hierdoor moest de boete worden verminderd met 5%, wat de rechtbank ten onrechte niet had gedaan. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de minister, stelde de boete vast op € 45.125,00 en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
De Afdeling verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar niet-ontvankelijk en wees een proceskostenvergoeding toe aan [appellante].
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot € 45.125,00 en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.