ECLI:NL:RVS:2019:2941
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bij vloerwerkzaamheden door Roemeense werknemers
De zaak betreft een hoger beroep van een appellant tegen een boete opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van artikel 2 en Pro artikel 15 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete betrof het niet beschikken over tewerkstellingsvergunningen voor vijf Roemeense werknemers die vloerwerkzaamheden verrichtten in Nederland.
De appellant voerde aan dat er sprake was van grensoverschrijdende dienstverrichting conform de Detacheringsrichtlijn, waardoor de Wav niet van toepassing zou zijn. De Raad van State oordeelde echter dat de werknemers niet feitelijk in dienst waren van het Roemeense bedrijf, maar als zelfstandigen stonden geregistreerd en dat de werkzaamheden buiten de reikwijdte van de Detacheringsrichtlijn vielen. Hierdoor was de Wav onverkort van toepassing.
Daarnaast stelde de appellant dat de boete gematigd moest worden wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad van State stelde vast dat de procedure in eerste aanleg meer dan twee jaar en vijf maanden duurde, wat een overschrijding van de redelijke termijn opleverde. Daarom werd de boete verminderd met 5%, wat resulteerde in een vaststelling van €45.125,00.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard. De Raad van State bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en bepaalde tevens dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €45.125,00 vanwege het ontbreken van tewerkstellingsvergunningen.