ECLI:NL:RVS:2019:2956
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J. Hoekstra
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraken inzake zorgtoeslag en kindgebonden budget ondanks hoger beroep
Deze zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen meerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam over de definitieve vaststelling van zorgtoeslag en kindgebonden budget over de jaren 2015 tot en met 2017.
Appellante betwist onder meer dat haar echtgenoot als toeslagpartner moet worden aangemerkt, ondanks dat zij feitelijk gescheiden leven en zij godsdienstige bezwaren heeft tegen een formele scheiding. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het wettelijke partnerbegrip objectief is en dat zonder een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed de echtgenoot als partner moet worden aangemerkt. De godsdienstvrijheid biedt geen grond voor een afwijkend oordeel.
Verder oordeelt de Afdeling dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht is uitgegaan van de door de inspecteur vastgestelde inkomensgegevens, ook al kon appellante deze niet inzien vanwege geheimhouding. De rechtbank heeft de bezwaren van appellante tegen de motivering en hoorplicht onvoldoende gegrond verklaard, maar heeft de besluiten vernietigd vanwege motiveringsgebrek en de rechtsgevolgen in stand gelaten.
De Afdeling bevestigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond. Tevens veroordeelt zij de Belastingdienst/Toeslagen tot vergoeding van proceskosten en bepaalt zij dat het teveel betaalde griffierecht wordt terugbetaald aan appellante.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtbankuitspraken en verklaart de hoger beroepen ongegrond.