ECLI:NL:RVS:2016:756
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugvordering huurtoeslag wegens niet-tijdige indiening
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland die zijn beroep tegen de terugvordering van huurtoeslag over 2011 niet-ontvankelijk verklaarde. De Belastingdienst had de huurtoeslag vastgesteld op nihil en de reeds uitgekeerde voorschotten teruggevorderd omdat appellant niet op het opgegeven adres stond ingeschreven.
Appellant stelde dat hij tijdig beroep had ingesteld omdat het bezwaarbesluit van 10 december 2014 niet correct was bekendgemaakt, waardoor de beroepstermijn pas na het daaropvolgende besluit van 25 juni 2015 zou zijn aangevangen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het latere besluit een herhaald besluit was zonder nieuwe rechtsgevolgen, zodat de beroepstermijn niet opnieuw begon.
Verder oordeelde de Afdeling dat de brief van appellant uit mei 2015 als beroepschrift tegen het bezwaarbesluit van 10 december 2014 had moeten worden aangemerkt, maar dat deze te laat was ingediend. De Belastingdienst had aannemelijk gemaakt dat het bezwaarbesluit correct naar het juiste adres was verzonden, en appellant had onvoldoende feiten gesteld om ontvangst te betwijfelen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.