ECLI:NL:RVS:2019:2985
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf voor nareis
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 december 2016 aanvragen om machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af voor vijf vreemdelingen die familie zijn van een referent met een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank verklaarde de termijnoverschrijding van de drie maanden voor indiening van de aanvragen verschoonbaar en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de overschrijding van ruim vijf maanden niet verschoonbaar is, omdat de verantwoordelijkheid voor tijdige indiening bij de referent en vreemdelingen ligt, ook al was er ondersteuning van Vluchtelingenwerk Nederland. Fouten van gemachtigden zijn in de regel geen grond voor verschoonbaarheid. De Afdeling volgt het arrest van het Hof van Justitie dat een onverschoonbare termijnoverschrijding de doorslaggevende factor is voor afwijzing zonder inhoudelijke beoordeling.
De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. De staatssecretaris heeft terecht afgezien van het horen in bezwaar en van vergoeding van kosten, omdat het besluit niet onrechtmatig is. De vreemdelingen kunnen een reguliere aanvraag indienen. Hiermee wordt bevestigd dat de wettelijke termijn strikt wordt gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.