ECLI:NL:RVS:2019:3071
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 18 juli 2019 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 14 augustus 2019 ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 6 september 2019 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen om de vreemdeling te beschermen tegen uitzetting voorafgaand aan de definitieve uitspraak in hoger beroep, waarbij de belangen van de vreemdeling en de procedurele rechtvaardigheid worden gewaarborgd.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.