ECLI:NL:RVS:2019:3075
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen inreisverbod voor vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris verklaarde de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling hiertegen ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat partijen tijdens een zitting hun standpunten mondeling moeten kunnen toelichten, conform artikel 8:56 van Pro de Awb. Gezien de belangen van het EVRM en het EU-Handvest achtte de voorzieningenrechter het noodzakelijk het inreisverbod te schorsen zodat de vreemdeling de zitting op 30 september 2019 kan bijwonen.
De schorsing van het inreisverbod geldt van 6 september 2019 tot 7 oktober 2019. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde.
Uitkomst: Het inreisverbod tegen de vreemdeling wordt geschorst tot een week na de zitting van het hoger beroep en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.