ECLI:NL:RVS:2019:3166
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwangkosten onterecht opgelegd voor onjuist aangeboden afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde appellant kosten van €126 op wegens het onjuist aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, vastgesteld bij bestuursdwang op 31 mei 2018. Appellant betwistte dat de aangetroffen doos met afval van haar afkomstig was en gaf een plausibele verklaring dat haar brief uit de papiercontainer kon zijn verwijderd door derden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat volgens vaste rechtspraak degene tot wie afvalstoffen kunnen worden herleid als overtreder wordt aangemerkt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellant heeft aannemelijk gemaakt dat zij niet de overtreder is, mede omdat zij afval bewust scheidt en de brief mogelijk door anderen uit de container is gehaald.
Het college heeft deze verklaring niet weersproken en heeft appellant ten onrechte als overtreder aangemerkt. Daarom is het besluit van 18 september 2018 vernietigd en het besluit van 4 juni 2018 herroepen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot kostenoplegging bestuursdwang wordt vernietigd en herroepen.