ECLI:NL:RVS:2020:2769
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen toepassing spoedeisende bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft op 31 december 2019 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos met oud papier te verwijderen die naast een ondergrondse papiercontainer was aangetroffen. Deze doos werd aan appellant toegerekend omdat er een poststuk met zijn naam en adres in zat. Appellant betwistte dat de doos van hem was en stelde dat de enveloppe mogelijk uit de overvolle container was gevallen.
Het college verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en hij stelde beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het onderzoek schriftelijk gesloten. Volgens vaste rechtspraak mag worden aangenomen dat degene aan wie afvalstoffen kunnen worden herleid ook de overtreder is, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt.
Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet de overtreder was, omdat hij zijn stellingen niet met bewijs ondersteunde. De Raad van State oordeelde dat het college terecht appellant als overtreder heeft aangemerkt en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.