ECLI:NL:RVS:2019:3289
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan minimumleeftijdseis
De staatssecretaris wees de aanvraag van een Eritrese vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verkrijgen af, omdat zowel de vreemdeling als de referent niet de vereiste minimumleeftijd van 21 jaar hadden bereikt. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte geen individueel onderzoek had verricht naar de feiten en omstandigheden van het geval, zoals vereist op grond van de Gezinsherenigingsrichtlijn en de Europese jurisprudentie.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat het arrest Noorzia van het Hof van Justitie bevestigt dat een algemene minimumleeftijd een objectieve norm is en dat geen individuele belangenafweging nodig is. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp dit standpunt en bevestigde dat een individuele belangenafweging noodzakelijk is, waarbij alleen in uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van de leeftijdsgrens.
Na een hoorzitting en een nieuw besluit verklaarde de staatssecretaris het bezwaar van de vreemdeling opnieuw ongegrond, waarbij hij oordeelde dat de door de vreemdeling aangevoerde omstandigheden onvoldoende zwaarwegend waren om van de minimumleeftijd af te wijken. De Afdeling bevestigde dit oordeel en wees het beroep af, waarbij de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt bevestigd.