ECLI:NL:RVS:2018:1413
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet-erkend minderjarig huwelijk
De staatssecretaris heeft een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen omdat de vreemdeling minderjarig was en het in het buitenland gesloten huwelijk niet werd erkend volgens Nederlands recht. De rechtbank had dit besluit vernietigd omdat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar de mogelijkheid van een gedwongen huwelijk, zoals voorgeschreven in de Richtsnoeren van de Europese Commissie.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld. Het begrip huwelijk moet worden uitgelegd aan de hand van het Nederlandse internationaal privaatrecht, waarbij een minimumleeftijd van 18 jaar geldt voor erkenning van een huwelijk. Dit is niet in strijd met de Gezinsherenigingsrichtlijn of het EU-Handvest.
Het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Noorzia bevestigt dat een algemene minimumleeftijd niet in strijd is met de richtlijn en dat een individueel onderzoek naar afwijkingen niet vereist is. De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de afwijzing van de mvv-aanvraag standhoudt.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.