ECLI:NL:RVS:2019:3386
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onttrekking woning aan bestemming wonen zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een bestuurlijke boete op van €20.500 wegens het zonder vergunning onttrekken van een woning aan de bestemming wonen. Dit volgde op meldingen van woonfraude en een onderzoek waarbij bleek dat de woning aan vijf toeristen was verhuurd via AirBnB, zonder dat appellant er zijn hoofdverblijf had.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant niet voldeed aan het vakantieverhuurbeleid, omdat hij niet zijn hoofdverblijf had in de woning en de woning aan meer dan vier toeristen werd verhuurd. Ook matiging van de boete werd afgewezen.
Appellant stelde in hoger beroep dat de woning wel zijn hoofdverblijf was en dat de boete gematigd had moeten worden vanwege de aard van de overtreding en de permanente verhuur vanaf 1 augustus 2017. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren, bevestigde dat verhuur aan toeristen zonder hoofdverblijf leidt tot onttrekking aan de woonruimtevoorraad en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat matiging op zijn plaats was.
De Afdeling concludeerde dat het college bevoegd was de boete op te leggen en dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank terecht was. De boete werd gehandhaafd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €20.500 wegens onttrekking van de woning aan de bestemming wonen wordt bevestigd.