De gemeente Amsterdam legde aan eiser een bestuurlijke boete van €20.500 op omdat hij zijn huurwoning had verhuurd aan meer dan vier toeristen via Airbnb zonder onttrekkingsvergunning. De overtreding betrof het niet naleven van de voorwaarden uit de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016, met name het aantal toeristen per nacht.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente bevoegd was de boete op te leggen, aangezien de woning was onttrokken aan de woningvoorraad en de overtreding was vastgesteld tijdens een huisbezoek waarbij zes toeristen werden aangetroffen. De boete was gebaseerd op het beleid van de gemeente om de woonvoorraad te beschermen en leefbaarheid te waarborgen.
Desondanks vond de rechtbank het boetebedrag niet proportioneel gezien de beperkte ernst van de overtreding. De woning was geschikt voor zes personen, de verhuur duurde vermoedelijk minder dan 60 dagen per jaar, en de consequenties voor brandveiligheid en leefbaarheid waren minder ernstig dan bij andere overtredingen. Daarom matigde de rechtbank de boete naar €8.000.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en stelt de boete vast op €8.000. Tevens werd het betaalde griffierecht van €170 aan eiser vergoed. Deze uitspraak trad in de plaats van het bestreden besluit.