ECLI:NL:RVS:2019:3463
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 27 augustus 2019 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 september 2019 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist, en heeft daartoe een voorlopige voorziening getroffen. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 14 oktober 2019 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de belangen van de vreemdeling in afwachting van de beslissing op het hoger beroep worden beschermd.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.