ECLI:NL:RVS:2017:91
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding extra uren rechtsbijstand voor slachtoffer in strafzaak
De zaak betreft het hoger beroep van een advocaat tegen de afwijzing door de raad voor rechtsbijstand van een aanvraag tot vergoeding van extra uren rechtsbijstand aan een slachtoffer van een aanrijding door een fietser. De raad had een toevoeging voor 15 uren verleend, maar de aanvraag voor 21 extra uren afgewezen wegens gebrek aan juridische en feitelijke complexiteit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de raad zich in redelijkheid op dit standpunt kon stellen. De advocaat voerde onder meer aan dat de positie van slachtoffers in strafzaken is veranderd en dat het forfaitaire aantal uren niet meer volstaat, dat de zaak complex was vanwege het letsel en de reconstructie van het ongeval, en dat de afwijzing in strijd was met diverse wettelijke bepalingen en het EVRM.
De Raad van State overweegt dat het debat over het forfaitaire aantal uren niet in deze procedure thuishoort, dat de juridische en feitelijke complexiteit niet is aangetoond, en dat het beleid van de raad passend is. Ook is geen sprake van schending van het verbod op slavernij, het recht op een eerlijk proces of het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel. De afwijzing van de extra uren is daarmee terecht en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt het belang van het forfaitaire systeem voor rechtsbijstand en de strikte toets aan juridische en feitelijke complexiteit bij verzoeken om extra uren. Het systeem waarborgt een betaalbare rechtsbijstand, zonder de toegang tot de rechter wezenlijk te beperken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding van extra uren rechtsbijstand bevestigd.