ECLI:NL:RVS:2019:351
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging asiel wegens hetzelfde rechtsbelang binnen verknocht verband
Appellante verzocht om een toevoeging voor haar asielprocedure, welke werd afgewezen omdat haar werkzaamheden onder dezelfde toevoeging als die van haar echtgenoot vielen. De rechtbank oordeelde dat sprake was van hetzelfde rechtsbelang en dat de raad terecht de toevoeging had geweigerd.
Appellante voerde aan dat de rechtbank onduidelijke en onvoldoende gemotiveerde criteria hanteerde en dat haar vluchtrelaas voldoende verschilde van dat van haar echtgenoot, met name omdat haar verblijfsvergunning niet afgeleid was van die van haar echtgenoot. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren en stelde dat het rechtsbelang wordt bepaald door het doel van de procedure, niet door de uitkomst.
De Afdeling benadrukte dat binnen een verknocht verband slechts één toevoeging wordt verstrekt, tenzij sprake is van een afzonderlijk asielmotief. Hoewel appellante een extra reden had om asiel aan te vragen, was het motief in wezen hetzelfde. Daarom was de weigering van de toevoeging terecht en werd het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging bevestigd.