ECLI:NL:RVS:2019:3523
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat staatssecretaris terecht aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling nam
De staatssecretaris heeft op 15 februari 2019 besloten de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat het medisch onderzoek door het Bureau Medische Advisering (BMA) onvoldoende was om de gevolgen van overdracht op de gezondheidstoestand van de vreemdeling te beoordelen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat het BMA-advies van 14 februari 2019 voldoende was, omdat daarin werd vastgesteld dat de vreemdeling in staat was te reizen, met passende reisvereisten en medische overdracht.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris hiermee heeft voldaan aan de vereisten uit het arrest C.K. van het Hof van Justitie en dat de rechtbank ten onrechte het besluit vernietigde.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand.