ECLI:NL:RVS:2017:2986
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overdracht asielzoeker met psychische klachten onder Dublin III-verordening
De staatssecretaris nam een besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor haar asielverzoek. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval een nieuwe beslissing met inachtneming van medische omstandigheden. De staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het arrest C.K. van het Hof van Justitie duidelijk stelt dat overdracht van een asielzoeker met ernstige mentale aandoeningen een reëel risico kan inhouden op onmenselijke behandeling. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel leidt tot een vermoeden dat medische zorg adequaat is in de verantwoordelijke lidstaat, maar dit vermoeden kan worden weerlegd met objectieve medische gegevens.
De vreemdeling had een brief van haar huisarts overgelegd waarin een hoog suïciderisico werd gesignaleerd. De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd waarom dit risico niet zou leiden tot een onomkeerbare achteruitgang bij overdracht naar Frankrijk. Bovendien moet de beoordeling van de overdracht plaatsvinden bij het nemen van het overdrachtsbesluit, niet pas kort voor de feitelijke overdracht. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van de medische situatie en passende voorzorgsmaatregelen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.