ECLI:NL:RVS:2019:355
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens disproportioneel geweld
De korpschef heeft op 24 januari 2017 de toestemming voor appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten ingetrokken naar aanleiding van een incident op 2 oktober 2016 bij een horecagelegenheid in Utrecht. Tijdens dit incident gebruikte appellant disproportioneel geweld door een bezoeker op te tillen en met het hoofd naar beneden op de grond te gooien, wat leidde tot letsel. Appellant werd hiervoor veroordeeld tot een taakstraf en ging in hoger beroep.
Appellant stelde dat hij uit zelfbescherming handelde omdat de bezoeker hem wilde aanvallen met een paal en dat de korpschef de intrekking niet had mogen baseren op het betrouwbaarheidsvereiste zonder toepassing van de hardheidsclausule, mede gezien zijn goede functioneren en financiële afhankelijkheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de korpschef beoordelingsruimte heeft bij het bepalen van betrouwbaarheid en dat de wijze van geweldgebruik disproportioneel was. De korpschef hoefde het persoonlijk belang van appellant niet doorslaggevend te achten boven het belang van vertrouwen in de beveiligingsbranche. De hardheidsclausule was niet van toepassing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de toestemming bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toestemming voor appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten wordt bevestigd wegens disproportioneel geweld.