Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de korpschef van Politie, de politiechef van Midden-Nederland, de korpschef
Procesverloop
Overwegingen
druk was op straat”, dat er sprake was van “
een ravage op de personenweg” en dat het een “
enorme chaos van honderd personenauto’s” was. Het is niet ondenkbaar dat de verbalisanten zich hebben vergist in hun waarnemingen.
kande korpschef de toestemming intrekken als niet langer aan de eisen wordt voldaan. [13] In dat geval moet de korpschef wel een belangenafweging maken. De rechtbank beoordeelt hierna of de korpschef dat op de juiste wijze heeft gedaan, waarbij zij opmerkt dat het Beleid geen handvatten bevat voor de wijze waarop de korpschef van zijn bevoegdheid tot intrekking gebruik maakt.
moetmaken. Intrekking van de verleende toestemming op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) is op zichzelf geen onredelijk middel om een betrouwbare veiligheidszorg te bewerkstelligen. De korpschef moet echter wel duidelijk maken dat de intrekking in het specifieke geval een noodzakelijke en passende maatregel is. [14]
eigenlijkvindt dat wanneer iemand niet betrouwbaar kan worden geacht (en hij dus in beginsel wel bevoegd is om tot intrekking over te gaan), er de facto geen ruimte meer is om de toestemming
nietin te trekken. Daarmee geeft de korpschef een te enge invulling aan zijn beoordelingsruimte.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 23 mei 2022;
- herroept het besluit van 19 januari 2022;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat de korpschef het griffierecht van € 184,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de korpschef tot betaling van € 2.600,- aan proceskosten aan eiser.