ECLI:NL:RVS:2021:2126
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- N. Verheij
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens onvoldoende betrouwbaarheid na incident
De korpschef van politie verleende op 2 februari 2018 toestemming aan New Generation Security B.V. ten behoeve van appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten. Op 26 november 2019 trok de korpschef deze toestemming in vanwege een incident op 2 juni 2019, waarbij appellant zonder geldige aanleiding een fysieke confrontatie aanging met een persoon die het incident probeerde te filmen. De rechtbank vernietigde dit besluit en verklaarde het beroep van appellant gegrond, waarna appellant zijn werkzaamheden hervatte.
De korpschef stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State heeft de zaak op 11 januari en 14 juli 2021 behandeld. Uit de camerabeelden bleek dat appellant zijn collega’s te hulp schoot en vervolgens de aangever een duw gaf, maar niet zonder aanleiding. De aangever bewoog zich niet van het incident af en leek opnames te maken. De verklaring van appellant dat hij handelde uit de veronderstelling dat de aangever zich met het escalerende incident wilde bemoeien, werd aannemelijk geacht.
De Raad van State oordeelde dat de korpschef onvoldoende grond had om te concluderen dat appellant onvoldoende betrouwbaar was. De intrekking van de toestemming was daarom niet gerechtvaardigd. De strafrechtelijke sepot van de zaak tegen appellant werd meegewogen maar was niet doorslaggevend. De Raad bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de korpschef tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis dat de intrekking van de toestemming voor appellant terecht is vernietigd.