ECLI:NL:RVS:2019:3587
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- F.D. van Heijningen
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging omgevingsvergunning wegens onbepaalde Bibob-voorschriften
De vennootschap exploiteert een afvalverwerkingsbedrijf en vroeg een omgevingsvergunning aan voor uitbreiding met puinbreken. Het college verleende deze vergunning onder voorschriften, mede gebaseerd op een Bibob-advies dat ernstig gevaar voor strafbare feiten signaleerde. De rechtbank vernietigde de vergunning vanwege onbepaalde voorschriften 3.1.1 en 3.1.2 die niet voldoen aan artikel 3, zevende lid, Wet Bibob.
Het college stelde in hoger beroep dat de voorschriften wel voldoende bepaald zijn en noodzakelijk om het gevaar te beperken. De Afdeling oordeelde dat voorschrift 3.1.1 te algemeen is en niet beperkt tot het specifieke gevaar dat in het Bibob-advies is geconcretiseerd, waardoor het een algemene verbodsbepaling is geworden die niet verenigbaar is met de wet. Voorschrift 3.1.2 is daarmee onlosmakelijk verbonden en eveneens onrechtmatig.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De proceskosten werden aan het college opgelegd. Een inhoudelijke beoordeling van het door de vennootschap aangevoerde nemo tenetur-beginsel was niet aan de orde door het ongegrond verklaren van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de onbepaalde voorschriften bevestigd.