ECLI:NL:RVS:2019:3626
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- H.G. Lubberdink
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan en afwijzing aanvraag verblijfsdocument
Bij besluiten van 25 augustus 2014 heeft de staatssecretaris het rechtmatig verblijf van de vreemdeling als gemeenschapsonderdaan beëindigd en haar aanvraag voor een verblijfsdocument afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die dit ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de aangevoerde grieven niet leiden tot vernietiging, behalve de tweede grief die betrekking heeft op de belangenafweging bij het vaststellen van het rechtmatig verblijf. Deze grief slaagt op grond van eerdere jurisprudentie. Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Afdeling vernietigt ook het besluit van 23 juni 2015, omdat dit in strijd is met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, waartegen alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.536,00, maar geen griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, eerdere besluiten en uitspraken worden vernietigd, en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling.