ECLI:NL:RVS:2019:4121
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep vreemdeling wegens rechtmatig verblijf
De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van 23 juni 2015 waarin haar rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan werd beëindigd en haar aanvraag voor een duurzaam verblijfsrecht werd afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde dit besluit in januari 2019 en bepaalde dat tegen het nieuwe besluit beroep kon worden ingesteld.
Bij besluit van 15 mei 2019 stelde de staatssecretaris vast dat de vreemdeling sinds 1 oktober 2017 rechtmatig verblijf heeft als werknemer, waardoor geen sprake meer is van een verwijderingsmaatregel. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling overwoog dat omdat de vreemdeling onbetwist rechtmatig verblijf heeft, zij heeft bereikt wat zij met haar beroep nastreefde. Het geschil over de belangenafweging met betrekking tot verwijdering is daarmee komen te vervallen. De Afdeling verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij sinds 1 oktober 2017 rechtmatig verblijf heeft.