ECLI:NL:RVS:2019:3644
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens manipulatie tachograaf in vrachtwagen
Op 4 september 2017 legde de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan appellante een bestuurlijke boete van €4.400,- op omdat een vrachtwagen, ingezet voor vervoerswerkzaamheden door een chauffeur namens appellante, was uitgerust met een voorziening die manipulatie van de tachograaf mogelijk maakte.
Appellante stelde in hoger beroep dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat het vermoeden van fraude onvoldoende was onderbouwd, met name omdat een afwijkend stroomverbruik volgens haar geen voldoende aanwijzing was. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigde dit oordeel.
De Raad van State oordeelde dat de inspecteur bevoegd was om het voertuig door te verwijzen naar een erkende werkplaats voor nader onderzoek, omdat het gemeten verhoogde stroomverbruik van de pulsgever van de tachograaf, in combinatie met het ontbreken van foutcodes bij vervanging van de pulsgever, een gegrond vermoeden van manipulatie opleverde. Dit vermoeden was gebaseerd op gedeelde ervaringen binnen de Tacho Web Working Group, een Europese samenwerkingsgroep van handhavingsinstanties.
Omdat het bewijs rechtmatig was verkregen, was matiging van de boete niet aan de orde. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €4.400,- wegens manipulatie van de tachograaf en verklaart het hoger beroep ongegrond.