ECLI:NL:RVS:2019:3660
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onrechtmatige toeristenverhuur zonder hoofdverblijf
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellante een bestuurlijke boete van €20.500 op wegens het onttrekken van haar woning aan de bestemming tot bewoning door verhuur aan toeristen zonder vergunning. De woning werd bezocht door toezichthouders die constateerden dat de woning via Airbnb werd verhuurd, terwijl noch appellante noch haar zoon, die op het adres stond ingeschreven, er feitelijk hun hoofdverblijf hadden.
Appellante voerde aan dat zij en haar zoon de woning nog aan het betrekken waren en dat persoonlijke spullen ontbraken omdat de verhuizing nog niet voltooid was. Ook stelde zij dat haar zoon als ingeschreven bewoner het hoofdverblijf had en dat de boete gematigd moest worden wegens haar financiële situatie en het direct beëindigen van de overtreding.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht aannam dat noch appellante noch haar zoon feitelijk hoofdverblijf in de woning hadden, mede vanwege het ontbreken van persoonlijke spullen in de woonruimtes en het feit dat de zoon ook op een ander adres verbleef. De boete was conform de huisvestingsverordening opgelegd en appellante had onvoldoende bewijs geleverd voor matiging van de boete. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €20.500 wegens onrechtmatige toeristenverhuur zonder feitelijk hoofdverblijf wordt bevestigd.