ECLI:NL:RVS:2022:2400
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor onrechtmatige verhuur woning aan toeristen zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een boete van €20.500 op wegens het zonder vergunning verhuren van zijn woning aan toeristen. Toezichthouders constateerden op 9 juni 2019 dat drie toeristen kamers in gebruik hadden en dat appellant niet ingeschreven stond op het adres. De rechtbank oordeelde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor vergunningvrije verhuur als Bed & Breakfast en wees het beroep af.
Appellant voerde aan dat hij wel zijn hoofdverblijf in de woning had, ondanks dat hij niet ingeschreven stond in de Basisregistratie Personen en dat persoonlijke spullen zich in afgesloten kamers bevonden. De Raad van State overwoog dat het college mocht uitgaan van de bevindingen van toezichthouders en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf in de woning had.
Verder werd geoordeeld dat het college niet vooringenomen was door het vooraf sturen van een betaalverzoek en dat de boete niet gematigd hoefde te worden, omdat het stopzetten van boekingen en herinschrijving geen bijzondere omstandigheden vormden. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boete van €20.500 voor het zonder vergunning verhuren van de woning aan toeristen wordt bevestigd.