ECLI:NL:RVS:2019:3752
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving gebruik pand als belhuis in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft bij besluit van 11 maart 2016 het gebruik van een pand als belhuis gestaakt en onder dreiging van een dwangsom verboden. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en bevestigd door de rechtbank Rotterdam, die oordeelde dat het gebruik niet onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan viel.
In hoger beroep betoogde appellant dat het gebruik van het pand als belhuis wel onder het overgangsrecht viel en dat het college niet bevoegd was tot handhaving. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het gebruik op de peildatum van het bestemmingsplan (29 februari 2008) niet aannemelijk was gemaakt, zodat het overgangsrecht niet van toepassing is. De rechtbank had dit niet goed beoordeeld maar kwam wel terecht tot het oordeel dat handhaving gerechtvaardigd was.
Verder stelde appellant dat bijzondere omstandigheden, zoals het ontbreken van overlast en het beëindigen van de exploitatie, handhaving onredelijk maken. De Afdeling verwierp dit en bevestigde dat het college bevoegd was en terecht handhavend optrad. Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van het college gegrond en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.