ECLI:NL:RVS:2019:3757
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.J. Schueler
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring van geen bezwaar wegens veroordeling voor belaging
Appellant was werkzaam als platformmedewerker bij KLM Ground Services op Schiphol in een vertrouwensfunctie waarvoor een verklaring van geen bezwaar vereist is. Na een veiligheidsonderzoek, dat volgde op een aanmelding door zijn werkgever, werd vastgesteld dat appellant in de periode van juli 2014 tot januari 2016 meermalen belaging had gepleegd jegens twee voormalige leidinggevenden. Hiervoor werd hij veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur, waarvan de helft voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De minister trok daarop de verklaring van geen bezwaar in, wat door de rechtbank werd bevestigd. Appellant stelde in hoger beroep dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom belaging een risico voor de burgerluchtvaart vormt en voerde aan dat het strafbare feit oud is en dat de proeftijd inmiddels was verstreken. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht heeft geoordeeld dat belaging een risico inhoudt vanwege het gebrek aan zelfbeheersing en de mogelijke onveiligheid die dit veroorzaakt in een vertrouwensfunctie.
De Raad stelde vast dat de minister voldoende motivering heeft gegeven en dat het niet noodzakelijk was om alle door appellant genoemde partijen te horen. Ook het feit dat de straf deels voorwaardelijk was en dat het strafbare feit zich deels buiten de luchthaven afspeelde, doet niet af aan de beoordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van geen bezwaar wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.