ECLI:NL:RVS:2018:1785
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A.B.M. Hent
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Intrekking verklaring van geen bezwaar wegens veiligheidsrisico’s op burgerluchthaven
De minister van Binnenlandse Zaken heeft op 29 oktober 2014 de verklaring van geen bezwaar (vgb) van [wederpartij], werkzaam als gezagvoerder met toegang tot beveiligde zones op Schiphol, ingetrokken vanwege een strafrechtelijke veroordeling voor bezit van kinderporno en gebruik van harddrugs.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond wegens onvoldoende motivering van het veiligheidsrisico en verkeerde belangenafweging, en vernietigde het besluit van de minister. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de minister onvoldoende concreet heeft gemotiveerd waarom het veiligheidsrisico bestaat in het besluit van 25 april 2016, maar dat de aanvullende motivering in hoger beroep wel toereikend is. De Raad bevestigt dat het bezit van kinderporno en harddrugsgebruik binnen de beleidslijn van acht jaar vallen en een zwaarwegend veiligheidsrisico vormen, waaronder het risico op chantage.
De belangenafweging waarbij het belang van nationale veiligheid zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van [wederpartij] bij behoud van de vgb wordt als redelijk beoordeeld. Wel vernietigt de Raad het deel van de uitspraak van de rechtbank waarin deze zelf in de zaak voorziet, omdat onvoldoende is gemotiveerd waarom de uitkomst bij een nieuw besluit niet anders zou zijn.
De Raad laat de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit in stand en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten aan [wederpartij].
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van geen bezwaar blijft in stand vanwege het veiligheidsrisico, ondanks gedeeltelijke vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.