ECLI:NL:RVS:2019:3759
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Hoekstra
- E.A. Minderhoud
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestemmingsplan Rhijnhaeghe met woningbouw in Bunnik deels vernietigd wegens onvoldoende motivering parkeerdruk en bouwhoogte
De raad van de gemeente Bunnik stelde op 7 juni 2018 het bestemmingsplan Rhijnhaeghe vast, waarin de transformatie van twee kantoorgebouwen naar een woongebied met maximaal 91 woningen werd mogelijk gemaakt. Diverse omwonenden, waaronder appellant sub 1 en sub 2, maakten bezwaar tegen het plan vanwege zorgen over aantasting van woon- en leefklimaat, parkeerdruk, bouwhoogte en archeologische waarden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde het plan aan de hand van de redelijkheid van de gemeentelijke belangenafweging en de naleving van wettelijke voorschriften. De Afdeling oordeelde dat het beroep van enkele appellanten niet-ontvankelijk was wegens het niet tijdig indienen van zienswijzen. Wel werd het beroep van appellant sub 2F ontvankelijk verklaard.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat de gemeente de parkeerdruk onvoldoende had gemotiveerd, met name vanwege het verdwijnen van 58 parkeerplaatsen voor BAM-werknemers zonder adequaat alternatief. Ook was de planregel over bouwhoogte onduidelijk en strijdig met de zorgvuldigheidseisen. Daarnaast ontbrak bij de vaststelling een bezonningsonderzoek, waardoor het plan onvoldoende rekening hield met schaduwhinder. De Afdeling gaf de gemeente een bestuurlijke lus om deze gebreken binnen 20 weken te herstellen. Andere bezwaren, zoals over de behoefte aan woningen, alternatieven, geluidsbelasting en archeologische bescherming, werden verworpen of niet tot vernietiging geleid. De Afdeling zal in een einduitspraak beoordelen of de gebreken zijn hersteld en of het plan in stand kan blijven.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Rhijnhaeghe is deels vernietigd wegens onvoldoende motivering over parkeerdruk en bouwhoogte; de gemeente moet binnen 20 weken de gebreken herstellen.