ECLI:NL:RVS:2019:378
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor aanhanger Gülenbeweging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 29 mei 2018 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De zaak draait om de positie van aanhangers van de Gülenbeweging in Turkije na de couppoging van 15 juli 2016. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de beschikbare landeninformatie niet leidde tot de erkenning van Gülenisten als kwetsbare of risicogroep. De rechtbank nam daarbij rapporten van mensenrechtenorganisaties en buitenlandse ministeries mee.
De staatssecretaris voerde in hoger beroep aan dat uit diverse rapporten blijkt dat Gülenisten niet systematisch onmenselijke behandeling ondergaan en dat de vreemdeling niet persoonlijk in negatieve aandacht staat. De Raad van State volgde de eerdere uitspraak dat de motivering van de staatssecretaris ondeugdelijk was en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.