ECLI:NL:RVS:2019:379
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel voor aanhanger Gülenbeweging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 juni 2018 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling, aanhanger van de Gülenbeweging, stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen tien weken een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 29 oktober 2018 samen met twee vergelijkbare zaken. De vreemdeling werd bijgestaan door een advocaat en de staatssecretaris door zijn raadsman.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris ten onrechte bepaalde elementen van het asielrelaas buiten beschouwing had gelaten en onvoldoende had gemotiveerd waarom er geen risico op vervolging bestond. De staatssecretaris voerde aan dat Gülenisten niet worden blootgesteld aan onmenselijke behandeling en dat er geen persoonlijk risico was voor de vreemdeling.
De Raad van State oordeelde dat het standpunt van de staatssecretaris onvoldoende was gemotiveerd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelde de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de staatssecretaris af.