ECLI:NL:RVS:2019:377
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing risico op onmenselijke behandeling van Gülenisten in Turkije
De staatssecretaris heeft een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel afgewezen. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling als aanhanger van de Gülenbeweging in Turkije geen risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond verklaard. De staatssecretaris had wel aan zijn samenwerkingsplicht voldaan, maar onvoldoende onderbouwd dat Gülenisten niet systematisch worden vervolgd en niet worden blootgesteld aan onmenselijke behandeling tijdens arrestatie en detentie.
De Afdeling heeft uitgebreid de situatie van Gülenisten in Turkije na de couppoging van 15 juli 2016 onderzocht aan de hand van diverse rapporten van internationale organisaties en mensenrechteninstanties. Uit deze bronnen blijkt dat een aanzienlijk aantal Gülenisten is gearresteerd en dat er ernstige aanwijzingen zijn voor foltering en onmenselijke behandeling.
De staatssecretaris kon ter zitting geen overtuigende weerlegging geven van deze risico's. Daarom is het beroep ongegrond en blijft de uitspraak van de rechtbank in stand. De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.