ECLI:NL:RVS:2019:3799
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 juli 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte meende dat nader onderzoek naar de psychische problemen van de vreemdeling noodzakelijk was, omdat geen medisch rapport was overgelegd dat haar verklaringen onbetrouwbaar maakte. Tegelijkertijd erkende de Afdeling dat het betrekken van een andere medewerker bij het besluitvormingsproces vanwege een klacht van de vreemdeling over de gehoormedewerker de zorgvuldigheid kan bevorderen.
Hoewel de staatssecretaris enkele grieven aanvoerde, werden deze niet gegrond verklaard. De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank met verbetering van de gronden en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Het hoger beroep werd daarmee ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.