ECLI:NL:RVS:2019:3800
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod wegens onvoldoende motivering
De vreemdeling diende op 26 oktober 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier op grond van het buitenschuldbeleid. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 30 januari 2018 af vanwege het ontbreken van een positief zwaarwegend advies van de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) en legde een inreisverbod op. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 15 juni 2018 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank op 8 november 2018 het beroep ongegrond.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het ontbreken van een positief zwaarwegend advies van de DT&V voldoende was voor afwijzing en dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de DT&V geen positief advies gaf. Tevens klaagde hij over het ontbreken van een beslissing op zijn beroepsgrond over het inreisverbod en het niet-horen in bezwaar.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet alleen mag volstaan met het ontbreken van een positief advies van de DT&V, maar zelf moet beoordelen of dit terecht is gebeurd. Ook was het niet toegestaan om af te zien van het horen van de vreemdeling voorafgaand aan het bezwaarbesluit, wat in strijd was met de Awb. De rechtbank had deze punten niet onderkend. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 15 juni 2018 vernietigd voor zover het de verblijfsvergunning betrof. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van hoor- en wederhoor.