ECLI:NL:RVS:2019:1973
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning buitenschuldbeleid wegens onvoldoende motivering
De vreemdeling diende op 1 december 2016 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier op grond van het buitenschuldbeleid. De staatssecretaris wees deze aanvraag bij besluit van 13 januari 2017 af omdat de vreemdeling geen positief zwaarwegend advies van de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) had overgelegd. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna de rechtbank het beroep eveneens ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de staatssecretaris zelfstandig had moeten beoordelen of hij aan de vereisten voldeed, gelet op zijn inspanningen om vertrek naar Benin te realiseren, en dat de staatssecretaris niet alleen op het ontbreken van een positief advies van de DT&V had mogen afgaan. De Raad van State oordeelde dat het aan de staatssecretaris is om te beoordelen of aan de vereisten voor verlening van een verblijfsvergunning op grond van het buitenschuldbeleid is voldaan en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 12 april 2017, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.