ECLI:NL:RVS:2019:3819
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsommen wegens permanente bewoning recreatiewoning
Het college heeft bij besluit van 8 maart 2018 een bedrag van €35.000 aan verbeurde dwangsommen ingevorderd wegens het niet naleven van een last onder dwangsom die op 3 mei 2017 was opgelegd om permanente bewoning van een recreatiewoning te beëindigen.
Appellanten betwistten de ontvangst van het dwangsombesluit en de permanente bewoning, maar de rechtbank oordeelde dat het besluit rechtsgeldig was verzonden en dat voldoende feiten en omstandigheden, waaronder 28 controles en inschrijving in de Basisregistratie Personen, het vermoeden van permanente bewoning rechtvaardigden.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak en wijst de bezwaren van appellanten af, waaronder het beroep op bijzondere omstandigheden en het gelijkheidsbeginsel. De invordering van de dwangsommen blijft gehandhaafd omdat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij niet in staat zijn te betalen en omdat het college bevoegd was tot invordering.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond, waardoor de invordering van €35.000 aan dwangsommen gehandhaafd blijft.