ECLI:NL:RVS:2017:981
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens permanente bewoning recreatiewoning in strijd met bestemmingsplan
Appellant is eigenaar van een recreatiewoning op een recreatiepark in Lunteren. Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde hem een last onder dwangsom op om de permanente bewoning binnen een jaar te beëindigen, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan dat permanente bewoning verbiedt.
Appellant betwistte de permanente bewoning en stelde dat hij het grootste deel van het jaar in het buitenland verblijft, dat hij de woning regelmatig verhuurt en dat hij elders zijn hoofdverblijf heeft, onder meer bij zijn partner of dochter. Hij voerde aan dat inschrijving in de BRP onvoldoende bewijs is voor permanente bewoning.
De Raad van State oordeelde dat het college voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld, waaronder de inschrijving in de BRP, registratie van voertuigen op het adres, hypotheekrenteaftrek en waarnemingen van toezichthouders, die aannemelijk maken dat appellant zijn hoofdverblijf in de recreatiewoning heeft. De door appellant overgelegde stukken over verblijf in Spanje en verhuur zijn onvoldoende om dit te weerleggen. Ook het beroep tegen de invordering van de dwangsom werd ongegrond verklaard.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit en het besluit tot invordering van de dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.